Evaluatie bevorderingsgesprekken onderbouw Porta Mosana College
Theoretisch kader en visie ontwikkeling
Het Porta Mosana College heeft gekozen voor een onderwijsvisie die de ‘leer-kracht’ van leerlingen wil vergroten. Op deze wijze kunnen alle aanwezige talenten van de leerlingen optimaal worden ontwikkeld. Het theoretische kader van Building Learning Power is gebaseerd op de vanuit de positieve psychologie ontwikkelde growth mindset aanpak (Carol Dweck).
Door tijdens het gehele leerproces de focus te leggen op het in kaart brengen van de groei van de leerling, met behulp van bijvoorbeeld formatieve evaluatie, wordt het eindresultaat op krachtige wijze positief beïnvloed
Wat is de meest effectieve manier om leerlingen de beoogde kennis en kunde bij te brengen? John Hattie bracht de uitkomsten van duizenden wereldwijde onderzoeken bijeen in slechts 2 woorden: formatieve evaluatie. Anders gezegd: leerlingen aanleren om hun eigen werk te kunnen beoordelen. Daarmee controleert de docent of de leerling het doel van een les heeft begrepen, of de les ‘is geland’. M.b.v. formatieve evaluatie geeft de docent feedback in de vorm van informatie die de leerling nodig heeft om het einddoel (alsnog) te bereiken. Deze feedback focust op het leerdoel, op het proces. Formatief werken is de brug tussen onderwijzen en leren. Cijfers geven werkt hier niet. Cijfers leggen niet uit wat er fout ging en hoe het anders moet. Cijfers determineren tussen goed en fout en daar is op zich niets mis mee. Maar als het gaat om leren leren, werken cijfers niet. Dan is formatief evalueren effectiever. De opzet van de lessen en de metingen zijn gebaseerd op de leren-leren principes. Goed ontworpen summatieve metingen meten de voortgang op gebied van vakinhoud en vakspecifieke vaardigheden. Formatieve metingen hebben als doel het leren te begeleiden en feedback om het leren te genereren.
Om het Building Learning Power principe in de praktijk te brengen staat het begin van een tweejarige brugperiode in het teken van het leren-leren per vak. Periode 1 staat in het teken van het aanleren en oefenen van de vakspecifieke leerstrategieën, zoals woordjes leren, samenvattingen maken, sommen maken (hoe doe je dat nou?), automatiseren, plannen van huiswerk, wat doe ik als iets niet lukt?, etc.
Gedurende de periodes 2 t/m 8 wordt de groei van het leerproces in kaart gebracht met kleine formatieve metingen. De feedback op de resultaten gebruikt de leerling om verder te groeien in diens leren. Tweemaal per periode wordt in een summatieve toets een toetsmatrijs gebruikt die gebaseerd is op ‘weten-snappen-doen”. Ook daarbij is de feedback op het resultaat richtinggevend voor het leren. Uitgaande van de theorie van Dylan Wiliam “Cijfers geven werkt niet”, worden de cijfermatige resultaten van de summatieve toetsen als op zichzelf staand beschouwd. Er volgt dus geen jaargemiddeld cijfer aan het einde van het schooljaar. Van de docent wordt verwacht dat deze als professional de groei van de leerling in kaart heeft zonder zich (alleen) te baseren op cijfers.
Bevorderingsgesprekken
Uitgaande van een tweejarige brugperiode in vier periodes per leerjaar wordt m.b.t. de voortgangsbesprekingen van leerjaar 1 naar 2 en 2 naar 3 met een nieuwe overlegstructuur gewerkt die stuurt op de samenhang binnen het vakkenaanbod. Over deze overlegstructuur zijn de volgende afspraken gemaakt:
- Tijdens de laatste meetweek nemen de vakken Nederlands, Engels, Duits, Frans, Grieks, Latijn, aardrijkskunde/Geography, geschiedenis/History, biologie/Biology, nask/Science en wiskunde een summatieve meting af met een cijfer als resultaat.
- Het gebruik van de toets matrijs van bureau ICE is daarbij verplicht. Dat cijfer is geen determinatie-instrument maar heeft een ondersteunende functie in de voortgangsdialoog tussen leerling, ouders en mentor. De borging van de voortgang wordt als volgt georganiseerd:
- Docenten geven in kleine teams per leeromgeving advies over de voortgang naar het volgende leerjaar. Alleen op basis van duidelijke zorgindicatie wordt afgeweken van voortzetting in dezelfde afdeling. De zorgindicatie kan leiden tot een interventie die de school toevoegt. Dat kan zowel in het geval van voortzetting op dezelfde afdeling als in het geval van het advies voor een andere afdeling. Na afloop van de laatste meetweek van het schooljaar wordt een gemeenschappelijk overlegmoment voor de verschillende docententeams georganiseerd waarbij de teams in onderling overleg voor hun vakken één advies invullen. Concreet ziet dat er als volgt uit:
- De lerarenteams geven in de volgende samenstellingen adviezen:
- Engels, Nederlands en Klassieke talen; à advies En/Ne/Kt
- moderne vreemde talen (Duits en Frans); à advies mvt
- wiskunde, biologie en nask/ Science; à advies bèta
- aardrijkskunde/Geography en geschiedenis/History; à advies gamma
- Kunst/Arts en LO/PE hebben een adviserende rol, o.a. op het gebied van creativiteit en samenwerken; à advies delta /LO-PEHet overleg wordt fysiek als volgt georganiseerd:
- Dag 1:
- Overleg in de diverse lerarenteams (leeromgevingen):
- simultaan;
- 60 min per afdeling
- De mentor bereid op basis van deze resultaten adviezen voor de plenaire bijeenkomst van dag 2 voor.
- Overleg plenair met alle lerarenteams (leeromgevingen):
- 30 min per afdelingBij deze procedure wordt gebruik gemaakt van een online digitaal voortgangsformulier (Excel).In alle gevallen waarbij geen voortgang op niveau Nederlandstalig en tweetalig atheneum/gymnasium plaatsvindt, gaat de mentor in gesprek met leerling en ouders. Alle docenten leveren professionele inhoudelijke informatie aan de mentor t.b.v. dat gesprek, waaruit duidelijk blijkt over welke kennis en/of vaardigheden de betreffende leerling na de tweejarige brugklas nog niet beschikt. Tevens geven zij aan waarom voortgang op een ander niveau of andere afdeling wel een kans van slagen heeft. Indien de studievoortgang onvoldoende is om een goede doorstroom naar het daarop volgende leerjaar mogelijk te maken, wordt een individuele interventie voor een vak uitgevoerd. Hierbij kan ook worden gedacht aan het bijwerken van hiaten in de zomervakantie (Summerschool). Onderdeel daarvan kan zijn, dat een assessment aan het begin van het schooljaar de voortgang naar het volgende schooljaar bepaalt. In ieder geval beoogt het de geconstateerde achterstand te verkleinen en de groeivorderingen zichtbaar te maken. EvaluatieZoals vorig schooljaar is aangekondigd en met de MR is afgesproken, wordt dit schooljaar bovenstaande werkwijze na afloop van de bevorderingsgesprekken geëvalueerd. De doelstelling van het nieuwe systeem van bevorderen is:
- In de jaren voorafgaand aan de invoering van de vernieuwde onderbouw werd uitgegaan van bevorderingsnormen op basis van (jaargemiddelde) cijfers.
- Dag 2:
- dat er meer samenhang en afstemming is tussen docenten binnen eenzelfde leeromgeving als het gaat om beoordelingen op het gebied van de gewenste groei van de leerling in kennis en vaardigheden;
- dat het proces van de groei van het leren van de leerling meer aandacht krijgt;
- dat er meer gebruik wordt gemaakt van de brede kennis die de docent heeft van de groei van de leerling; i.p.v. alleen cijferresultaten hebben ook werkhouding en studievaardigheden een voorspellende waarde voor de toekomstige groei van de leerling;
- dat de mentor over meer adequate gegevens beschikt t.b.v. de dialoog met leerling en ouders over de voortgang van het leerproces. Deze doelstellingen worden na afloop van de bevorderingsgesprekken ter beoordeling voorgelegd aan de aanwezige docenten. Hun bevindingen worden vervolgens gedeeld met het MT en de MR, opdat eventuele aanpassingen voor volgend jaar bijtijds geagendeerd kunnen worden en de voormalige puur cijfermatige bevorderingsnormen worden vervangen.
Aleid van Bommel en Ben Perry zijn de teamleiders onderbouw.